U bent hier

Politici en het klimaat, het lijkt vandaag doorgaans niet het meest geslaagde huwelijk. Toch maakt Sebastian Oberthür zich sterk dat een verregaande Europese én bredere internationale politieke samenwerking de beste garantie blijft voor een snellere klimaattransitie.

Professor Sebastian Oberthür teaches environmental and sustainable development at the Institute for European Studies. He sees some positive trends. “Renewable energy is often cheaper than fossil fuels. And China is investing a huge amount in sustainable energy and electric vehicles. All European stakeholders must recognise that an integrated offering is absolutely essential.” The long, hot summer of 2018 clearly showed that Flanders’ water management is lacking.

Tekst: Filip Michiels

 

Van Kyoto over Parijs tot Kopenhagen: aan internationale hoogmissen rond het klimaat geen gebrek de voorbije jaren. Maar hebben al die druk bijgewoonde klimaatconferenties nu ook daadwerkelijk iets veranderd? Met die vraag kloppen we aan bij Sebastian Oberthür. Hij doceert milieu- en duurzame ontwikkeling aan het Institute for European Studies (IES) - dat verbonden is aan de VUB - en werkt al ruim twintig jaar rond milieubeleid en grensoverschrijdende politieke samenwerking op dat vlak. “De vaststelling dat hot topics zoals hernieuwbare energie of de doorbraak van de elektrische auto vandaag ook politiek bijzonder hoog op de agenda staan, is deels ook te danken aan de fel gemediatiseerde klimaatconferenties,” klinkt het.

 

“Tegelijk begrijp ik ook de frustratie bij het grote publiek dat er gewoon nog te weinig gebeurt, of dat het allemaal niet snel genoeg gaat. Als ik de voorbije jaren al één ding geleerd heb, dan is het wel dat niets vanzelf komt en dat het vechten blijft voor elke volgende stap. Natuurlijk is het besef de voorbije jaren internationaal wel gegroeid dat er echt meer moet gebeuren om de verdere klimaatopwarming tegen te gaan. Maar tegelijk stel ik vast dat de verschillen in visie tussen heel wat landen over hoe en wat tot vandaag blijven voortbestaan. Het verleden bewijst ons gelukkig wel dat internationale samenwerking rond zulke globale thema’s wel degelijk kan lonen: de problematiek van de aantasting van de ozonlaag is anno 2019 toch min of meer opgelost en dat is voornamelijk te danken aan een grensoverschrijdende aanpak.”

Klimaatontkenners zoals Trump of Bolsonaro mogen internationaal dan al behoorlijk wat impact hebben, Oberthür ziet ook positieve trends. “Duurzame energie is vandaag vaak al goedkoper dan de inzet van fossiele energiebronnen, en een land als China investeert gigantisch veel in duurzame energie of elektrische auto’s. We kunnen ons dus echt niet langer verstoppen achter het argument dat onze inspanningen hier in een internationaal perspectief toch amper iets uitmaken.” [Lees verder onder de foto]

Professor Sebastian Oberthür, Marijke Huysmans en Geert te Boveldt over hoe het klimaatverhaal geschreven moet worden.

Energy communities

 

Aan de VUB onderzoekt Oberthür vandaag vooral welke internationale structuren en politieke maatregelen ons vandaag kunnen helpen om sneller vooruitgang te boeken in de klimaattransitie. “We werken daarbij tegen een achtergrond van Europese of globale afspraken en doelstellingen, maar hoe kan je er nu voor zorgen dat die ook zo efficiënt mogelijk vertaald worden in concreet beleid? Neem nu het voorbeeld van de energy communities: via een gemeenschappelijke Europese regelgeving sporen we landen aan om meer ruimte te bieden aan lokale gemeenschappen die hun energie duurzaam en heel lokaal willen opwekken. Europese regels bieden zo dus een soort van framework voor concrete acties en initiatieven op nationaal niveau.”

 

Als hij de voorbije jaren al één les geleerd heeft, dan is het wel dat ambitieuze klimaatdoelstellingen enkel haalbaar zijn als je constant de druk op de politieke ketel houdt. “Regelgeving is een goede trigger om politici ook te verplichten daadwerkelijk actie te ondernemen. En ik denk dat het een goed idee is om die regels ook zoveel mogelijk op Europees niveau vast te leggen.” Internationaal mag Europa de voorbije jaren dan wel wat aan macht en invloed hebben ingeboet, dit betekent niet dat we op klimaatvlak geen leidende rol meer kunnen spelen, maakt Oberthür zich sterk. “In eerste instantie omdat we vanuit Europa ook allianties kunnen opbouwen met belangrijke niet-Europese spelers, en zo dus wel kunnen wegen op die wereldwijde klimaattransitie. Daarnaast moeten we hier ook volop blijven inzetten op technologische innovatie en nieuwe oplossingen, die we dan wereldwijd kunnen vermarkten.”

 

De grootste uitdaging voor de eerstkomende jaren zit volgens Oberthür vooral in een bredere mobilisatie rond de klimaatdoelstellingen. “Dat bijvoorbeeld ons energiebeleid zwaar kan wegen op de klimaatdoelstellingen, dat zal iedereen intussen wel al begrepen hebben. Nu is het zaak om ook andere sectoren en beleidsniveaus te mobiliseren. Ons Europees investeringsbeleid bijvoorbeeld, en de criteria waarmee een instelling als de European Investment Bank rekening moet houden, hebben ook een immense invloed op het klimaatbeleid. Of neem nu het Europese landbouwbeleid of de grote industriële investeringen: in die domeinen worden vaak beslissingen genomen waarvan de impact zich twintig of dertig jaar uitstrekt in de tijd. Het komt er dus op aan om alle Europese belanghebbenden – en dus niet enkel zij die zich specifiek met het klimaatbeleid bezighouden – ervan te overtuigen dat een geïntegreerde aanpak absoluut noodzakelijk is.”

 

Lees hier ook het klimaatverhaal van professor Marijke Huysmans en Geert te Boveldt.