U bent hier

53 % van de jonge universitaire onderzoekers in Vlaanderen denkt een goede kans te maken op een vaste academische positie. Maar minder dan 20 % zal daar ook in slagen. De rest zal - noodgedwongen - doorstromen naar de zogenoemde externe arbeidsmarkt. Alleen: in Vlaanderen zijn er flink wat overtuigingen, verwachtingen en attitudes die dat proces bemoeilijken, zowel bij de onderzoekers als bij de werkgevers. Dat staat te lezen in een nieuw onderzoeksrapport van de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI).

 

Het onderzoeksrapport over de doorstroom van doctoraathouders naar de arbeidsmarkt staat vol interessante cijfers. Zo begint 28 % van alle doctoraathouders in Vlaanderen aan een postdoctraject. Dat betekent dus dat 72 % al in die fase naar de niet-academische (of internationale)  arbeidsmarkt doorstroomt. Er zijn wel grote verschillen tussen de disciplines. Zo blijken 50 % van de ondervraagde onderzoekers in de humane en sociale wetenschappen na het behalen van hun doctoraat wél nog aan de universiteit te werken. Bij de onderzoekers uit exact wetenschappelijke richtingen ligt dat percentage een flink stuk lager.

 

Meer doctoraathouders
Dat in tegenstelling tot die cijfers nog steeds meer dan de helft van de jonge onderzoekers verwachten in een academische functie te belanden, is voor een deel te begrijpen. Die kans was vroeger namelijk wel degelijk een stuk groter dan nu. Dat dit nu minder het geval is, komt omdat de jongste jaren het aantal nieuwe doctoraatshouders sterk is toegenomen in het kader van de Lissabon- en EU2020-strategie.

Te goed betaald?
Opmerkelijk is ook dat doctoraathouders en postdocs aan Vlaamse universiteiten Europees en zelfs internationaal tot de best betaalden in hun sector behoren. In die mate zelfs dat de VRWI in haar advies aan de Vlaamse regering aanraadt doctorale beurzen niet langer te indexeren.

 

Dat laatste doet vermoeden dat de Raad de hoogte van de verloning mede debet acht aan de overtuigingen en attitudes die een vlotte doorstroming hinderen. Maar ze ziet ook andere obstakels. Zo zijn er aan de vraagzijde maar een beperkt aantal private R&D-departementen en is er een te geringe innovatiecultuur. Aan de aanbodzijde is er dan weer pas sinds kort aandacht voor brede vaardigheden en (nog steeds) een gebrek aan ondernemerszin.

 

Om de doorstroming vlotter te doen verlopen worden een aantal mogelijke maatregelen opgesomd, zoals onder meer het beter begeleiden van de carrières van jonge onderzoekers, het promoten van hybride doctoraten genre Baekeland, het verbeteren van de perceptie van doctoraathouders bij werkgevers en het nastreven van een betere balans tussen tijdelijke en permanente posities in de academische wereld.

 

Mooie professionele vooruitzichten
Doctoraathouders die doorstromen naar de niet-academische arbeidsmarkt hebben wel goede vooruitzichten. Zo mogen ze rekenen op een loon dat gemiddeld 300 euro per maand hoger ligt dan iemand met een masterdiploma - met dien verstande dat het om een mannelijke doctoraatshouder gaat. Vrouwelijke doctoraathouders blijken gemiddeld slechts 50 euro per maand meer te verdienen dan hun collega’s met een masterdiploma. Maar allemaal genieten ze tussen hun 25ste en 64ste van een werkzaamheidsgraad van 92,6 %.

 

Het volledige VRWI-rapport over de doorstroom van doctoraathouders is online te lezen, net als het advies terzake van de Raad