U bent hier

We verlangen allemaal naar zin en betekenis in ons leven. Althans, dat is de veronderstelling van Marc Van Den Bossche. In zijn jongste boek De zinnen van het leven breekt de VUB-cultuurfilosoof een lans om die zoektocht ook in te vullen vanuit de desiderata van onze emoties en van ons lichaam en niet alleen, zoals dat al te lange tijd het geval is geweest, vanuit die van de geest en de rede. Het moet maar eens gedaan zijn met de onwil van filosofen om zich niet bezig te houden met modder, hobbels en lichaamssappen, stelt hij. 

 

Met De zinnen van het leven heeft Van Den Bossche geen makkelijk boek willen schrijven, stelt hij in zijn inleiding. Maar het is evenmin een boek geworden dat voor slecht slechts weinigen toegankelijk is. Het is waar, hij haalt filosofen aan als Martin Heidegger, Hans-Georg Gadamer of John Dewey. Maar zoals hij het zelf formuleert: hij schrijft erover “zoals hij over hen zou praten tijdens een enthousiasmerend en inspirerend bedoelde babbel”. 

 

Het voorplat van 'De zinnen van het leven'

Mist hij zelf zulke gesprekken? Niet iedereen vertelt voor de vuist weg over de eros van het leven, de zin van het zijn, de kunst van het verstaan, en de verbeelding en het verhaal van anderen: enkele van de titels van de hoofdstukken in het boek. Zou hij dan maar zelf voor een gesprekspartner hebben gezorgd in de vorm van zijn boek? Schrijven als tweespraak, het komt wel meer voor. Zelf ziet Van Den Bossche zijn boek als een soort status questionis. Waar is hij op dit punt aanbeland in de filosofie, vraagt hij zich af. 

 

Zijn antwoord heeft alvast een zeer lezenswaardig boek opgeleverd. 

 

De zinnen van het leven 
of de kunst van het verstaan
Auteur: Marc Van Den Bossche
158 pagina’s - uitgegeven door ASP Editions
Winkelprijs: 18,95 euro