U bent hier

Naar aanleiding van recent advies* gegeven door de Hoge Gezondheidsraad van Belgie betreffende de mogelijke gevaren voor de volksgezondheid van een reeks dagelijkse consumentenproducten, is het nodig  om een aantal begrippen nader te verklaren om de schrik die er bij heel wat mensen ontstaan is, te ontkrachten.  Een hele reeks van chemische stoffen  werd opgelijst  en het gebruik van consumentenproducten zoals dagelijkse verzorgingsproducten en cosmetica, o.a. nagellak, haarverven, lotions, zonneproducten met nanodeeltjes, werd ontraden. Deze producten kregen hierdoor het label als zijnde  gevaarlijk voor de volksgezondheid.  Ver van te willen beweren dat er geen chemische stoffen zijn die problemen kunnen veroorzaken bij voldoende contact en blootstelling eraan, is er nood aan goede wetenschappelijke basisinformatie zodat de consument zelf kan begrijpen en nuanceren en niet meegesleept wordt in  sensatiegerichte en foutieve informatie.

 

Dit opiniestuk verscheen eerder in Vitro Toxicologie en Dermato-Cosmetologie.

 

De basisprincipes van de toxicologie werden reeds vastgelegd door Paracelsus (1493-1541) en zijn nog steeds geldig, namelijk elke stof kan potentieel een risico inhouden. Alles hangt af  van de hoeveelheid van die stof waaraan men blootgesteld wordt. Dit betekent dat men  niet alleen moet spreken over de eigenschappen van een stof, maar vooral over de hoeveelheid waaraan we blootgesteld worden, want dan pas kan men inschatten of er al dan niet een risico bestaat voor de volksgezondheid. In de toxicologie  spreekt men van “hazard” en “risk”  van een stof.  In het Nederlands hebben we voor “hazard” geen goede vertaling  en spreken we van het “gevaar” van een stof en daar loopt het mis want inherent houdt dit reeds een dreiging in.

De “hazard” van een stof geeft enkel de specifieke eigenschappen weer en houdt hoegenaamd geen rekening met de hoeveelheid waaraan we werkelijk blootgesteld worden via voedsel-of drankinname, inhalatie of opname via contact met onze huid. “Risk” of risico daarentegen berekent de werkelijke kans dat er een probleem is   en is gebaseerd op de effectieve hoeveelheid waaraan we blootgesteld worden. Dus het risico dat een welbepaalde hoeveelheid van een stof inhoudt voor de consument is belangrijk, niet de “hazard”.

 

In het uitgebreide rapport van de Hoge Gezondheidsraad en de daaropvolgende vereenvoudigde berichten in de pers wordt gesproken  over “hazard” en niet over”risk”. Dus de cruciale informatie over de hoeveelheid waaraan  wij als consument worden blootgesteld, ontbreekt volledig.  Gevaar voor de volksgezondheid wordt de hoofdboodschap! Daarom kan deze berichtgeving niet als ernstig bestempeld worden. Integendeel, het koppelen van  deze  niet-kwantitatieve benadering  aan volksgezondheid, of het nu  gaat over stoffen in onze voeding, in cometica, in het milieu, of waar ook, is  vanuit  toxicologisch wetenschappelijk standpunt  niet aanvaardbaar.

Er is nood aan goede wetenschappelijke basisinformatie zodat de consument zelf kan begrijpen en nuanceren.
-
Vera Rogiers

Cosmetische producten worden door de doorsnee consument veelvuldig en zelfs dagelijks gebruikt. Denken we maar aan reinigende douche-en badproducten, dagcrème om onze huid te hydrateren, tandpasta om onze tanden hygienisch en gezond te houden, deodoranten en anti-transpireermiddelen om lichaamsgeurtjes onder controle te houden, make-up producten, waartoe ook nagellak behoort. Ook zonnecrème om ons te beschermen tegen schadelijke zonnestralen en haarverven om grijze haren te verdoezelen zijn zeer populaire cosmetica. Geen wonder dat veel mensen schrik krijgen als ze ongenuanceerde doemverhalen te horen krijgen over het gevaar van nagellak, parfum, haarverven, lotions, en zelfs cosmetica en verzorgingsproducten in het algemeen.

 

In Europa, dus ook in Belgie, hebben we de meest veilige cosmetica in de wereld. En dat komt omdat we een dubbel veiligheidssysteem hebben:

 

Enerzijds  beschikken we op Commissieniveau over een groep  van 15 experten met een zeer uitgebreide kennis. Dit wetenschappelijk comité, “Scientific Committee on Consumer Safety” of kortweg SCCS genoemd,  beoordeelt aan de hand van alle beschikbare wetenschappelijke testen en informatie, de veiligheid van die ingredienten die mogelijks een veiligheidsprobleem zouden kunnen vormen in cosmetica. Er worden voor deze stoffen op Europees niveau  wettelijk-bindende restricties opgelegd qua concentratie en toepassingsgebied.  Het gaat hier over kleurstoffen, bewaarmiddelen, UV-filters en ook over haarverven en parfumbestanddelen. Cosmetica met nanodeeltjes worden zelfs heel speciaal onderzocht op veiligheid omdat het om een relatief nieuwe technologie gaat. 

 

Slechts een beperkt aantal cosmetische ingredienten in nanovorm is vandaag toegelaten in Europa en een officiele lijst van de veilige substanties bestaat hierover. Het is misleidend om te stellen dat legale zonneproducten  met nanodeeltjes niet veilig zouden zijn. Hetzelfde geldt voor de boodschap om haarverven te mijden. Uniek in de wereld is dat alle haarverven op de Europese markt  door de SCCS op veiligheid onderzocht werden en alle producten met bezwarende of te weinig veiligheidsgegevens op de verboden lijst werden gezet. Alle in Europa legale haarverven worden officieel-bindende restricties opgelegd qua kwaliteit en te gebruiken concentratie. Waar in de USA nog steeds een aantal mogelijks kankerverwekkende haarverven op de markt aanwezig zijn, werden al de verdachte  producten reeds jaren geleden hier verbannen. Dus nergens ter wereld zijn haarverven zo veilig als in Europa. Spreken van “gevaarlijke haarverven” slaat daarom nergens op.

Waar in de USA nog steeds een aantal mogelijks kankerverwekkende haarverven op de markt aanwezig zijn, werden al de verdachte producten reeds jaren geleden hier verbannen
-
Vera Rogiers

Anderzijds is de fabricant of importeur van cosmetische producten in de EU volledig  verantwoordelijk voor de producten die hij/zij  op de EU markt brengt.  Een volledig veiligheidsdossier betreffende alle ingredienten en het eindproduct wordt door  de cosmetische wetgeving (2113/2009/EU) opgelegd  en moet per product opgesteld worden. Hierin wordt o.a. speciale aandacht opgelegd voor producten die bij kinderen gebruikt worden.  Dit dossier kan op elk moment door de bevoegde authoriteiten per land gecontroleerd worden.  Daarbij komt nog dat elk legaal product moet genotificeerd worden zodat  de veiligheid ook op Europees niveau kan opgevolgd worden.

 

Door dit dubbele veiligheidssysteem zijn er voor legale cosmetica op onze Europese markt  weinig problemen. Er is ook het zogenaamde RAPEX systeem waarop alle inbreuken in de EU gemeld worden. Als we dat even nazien dan is het duidelijk dat de gemelde zaken zich meestal beperken tot microbiele contaminatie en contactallergische reacties. Systemische toxiciteit of ernstig ongewenste effecten, waarvoor tenandere een speciale meldingsplicht bestaat in de lidstaten, komt zelden voor. Een ander verhaal wordt  het wellicht wanneer  de consument illegale cosmetica en namaakproducten koopt en vertrouwen stelt in allerlei sensatie- en marketing-gerichte internetverhalen.

 

Dat de Hoge Gezondheidsraad als overheidsinstelling op deze ongenuanceerde manier advies heeft gegeven over dagdagelijkse consumentenproducten  zoals cosmetica zonder verdere inschatting  van de  berichtgeving die hierop volgt in de pers en het effect ervan op de doorsnee consument,  is niet goed te praten. Om de volksgezondheid te dienen moet wetenschappelijk advies  primeren en geen sensatiegerichte  berichtgeving.

 

* PUBLICATION OF THE SUPERIOR HEALTH COUNCIL No. 9404 Physical chemical environmental hygiene (limiting exposure to mutagenic or endocrine disrupting agents) and the importance of exposures early in life