U bent hier

Afro-Amerikanen plukken katoen in de VS in 1887. Houtgravure van een tekening van Horace Bradley.

Het is het lijflied van de VUB-studenten, een must voor iedereen die de universiteit genegen is: het Lied van Geen Taal. Op de tonen van één van ’s wereldst bekendste wijsjes bezingen de studenten hun vrijheid en blijheid. VUB-archivaris Frank Scheelings over de oorsprong van het lied.

 

“Glory, glory, allelujah. Glory, glory, alle-luhuh-jah”. Of je vrijzinnig of gelovig bent, of blank of zwart: de tekst en de melodie zijn bekend over de hele wereld. Wie opgroeide in een jeugdbeweging heeft het lied wellicht ooit uit volle borst meegezongen: het is een marcheerlied bij uitstek, geknipt om de vermoeidheid uit de benen weg te zingen. Ergens in de eerste helft van de negentiende eeuw dook het lied voor het eerst op, weten historici. Mogelijk bedacht door katoenplukkende slaven in de VS, die wel meer liederen bedachten om hun grauwe levens- en werkomstandigheden te verzachten. Een strohalm in donkere tijden. Het was oorspronkelijk een religieus lied, dat door de jaren en eeuwen heen allerlei versies kreeg. Bij ons was het vaak te horen in de loopgraven van de eerste wereldoorlog, waar soldaten het zongen om zich moed in te pompen.

 

Afschaffing van slavernij

Eén van de meest populaire versies verwijst naar John Brown, die in de VS in de negentiende eeuw streed voor de afschaffing van de slavernij. “John Browns body lies mouldering in his grave , but his soul marches on”, weerklinkt het in de eerste regel van die populaire versie. Vrij vertaald: “het lichaam van John Brown is aan het rotten in zijn graf, maar zijn ziel marcheert verder”. Een verwijzing naar de terechtstelling van Brown, die opgepakt werd nadat hij met zijn troepen een wapenarsenaal had proberen te overvallen. Met die overval hoopt hij de slaven te bewapenen en een grote opstand te leiden. Het mislukte. In 1859 werd hij opgehangen. 

"De studenten identificeerden zich met de minderheid in het lied”, zegt Scheelings.

Maar mislukking of niet, het typeerde Brown: hij was ervan overtuigd  dat de slavernij niet kon afgeschaft worden door er over te discussiëren. Nee, volgens hem kon het alleen door de wapens op te nemen. Samen met zijn mannen bracht hij heel wat tegenstanders om het leven, maar zijn einddoel – het afschaffen van de slavernij – bereikte hij niet. Toch zou hij voor altijd een held blijven voor heel wat abolitionisten. Voor anderen was hij een terrorist, de allereerste in de Verenigde Staten. Wat er ook van zij: minder dan twee jaar nadat hij opgehangen werd, brak de Amerikaanse burgeroorlog uit. Soldaten van de noordelijke unie zongen vaak het lied dat ter ere van John Brown geschreven was. Het lied dat een kleine eeuw later zou opduiken aan de andere kant van de wereld, ergens in de rand van Brussel.

"Ik denk dat studenten het lied heel doelbewust gekozen hebben"

Of de studenten van de VUB zich bewust waren van die achtergrond? Of had het toch vooral te maken met het feit dat het een religieus en katholiek lied was dat ze opzettelijk in een vrijzinnig, antigodsdienstig jasje staken? Volgens VUB-archivaris Frank Scheelings kan het niet anders dat de strijd tegen de slavernij er iets mee te maken heeft. “Ik kan me niet inbeelden dat jonge intellectuelen zich niet van de achtergrond van het lied bewust waren. Ik denk dat ze het heel doelbewust gekozen hebben. Ze identificeerden zich met de minderheid in het lied. Dat is een situatie waar ze zich ook in bevonden in het begin van de jaren vijftig, toen de Brusselse studentenkring – die notabene al een lied had – ervoor koos om een eigen versie te maken van het lied. Er bestond toen al heel lang een Vlaamse Studentenkring aan de ULB. 

 

Vlaamse speerpunt in Brussel

Het lied, dat begin de jaren vijftig opdook, is het prille begin van een evolutie die uiteindelijk in 1969 zou leiden tot de oprichting van de Vrije Universiteit Brussel. Die werd helemaal in het begin nog beschouwd als een Vlaamse speerpunt in Brussel. Die gedachte is nu grotendeels verdwenen, maar leefde toen heel erg. De Vlaamse studenten wilden in opstand komen.” Er was al sinds de negentiende eeuw sprake van een Vlaamse beweging aan de Brusselse universiteit. Na 1935 ontstond er een Vlaamse studentenkring die zichzelf Geen Taal, Geen Vrijheid noemde, nadat er eerder ook al een kring met die naam geweest was. De boodschap van de kring: wie zijn taal niet kan spreken, kan ook niet vrij zijn. En die boodschap werd ook politiek vertaald: Nederlands moest de enige taal zijn in Vlaanderen. De studentenvereniging ijverde voor Nederlandstalige cursussen aan de Université Libre de Belgique. Iets waar ze nog een hele tijd zou moeten op wachten.

"De geus in de eerste regel is een referentie naar de opstand tegen de Spaanse overheersing in de zestiende eeuw."

De opstandigheid van de Vlaamse studenten in Brussel weerklinkt heel duidelijk in de tekst. De openingsregel van het studenten gaat als volgt: “Brusselse studenten van de ‘Klauwaert ende Geus’ strijden wij voor vrijheid steeds getrouw aan onze leus. Roemruchte rolders blijven wij tot in de dood, de schrik van de kaloot.” De ‘klauwaert’ is een verwijzing naar de klauwende Vlaamse leeuw, het symbool van het Vlaamse Graafschap in de Middeleeuwen, en een bijnaam die flaminganten zich vaak aanmeten. De geus in de eerste regel is een referentie naar de Vlaamse en Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing in de zestiende eeuw, geleid door vaak verarmde edellieden, die niet veel te verliezen hadden. Net als de klauwaarts een minderheid, die er opnieuw in slaagde overheersers het land uit te jagen. Helden, ook voor de Vlaamse studenten in Brussel. Niet voor niets was De Geus ook het blad van de Nederlandstalige studenten aan de Brusselse universiteit. De geuzen hadden zelf ook verschillende liederen: het bekendste ervan is het Wilhelmus, vandaag het Nederlandse volkslied.

 

Uit volle borst

Vandaag lijkt de verwijzing naar flamingantisme en onderdrukking een beetje vreemd. Achterhaald, in de huidige context. Dat maken de Brusselse studentenkringen aan de VUB zelf ook duidelijk door zich achter de unitaire gedachte in ons land te scharen. Vlaamse onafhankelijkheid is wel het laatste wat hen interesseert. En toch blijven studenten het lied onverminderd zingen, met zijn historische en flamingantische connotatie erbij. Al hoeft dat voor de meesten niet de belangrijkste bekommernis te zijn. Drinken en uit volle borst meezingen: voor velen hoeft het niet meer te zijn. Studeren en plezier maken is de essentie van het studentenleven, toch? 

 

Lied Van Geen Taal

Brusselse studenten van de “Klauwaert ende Geus”
Strijden wij voor vrijheid, steeds getrouw aan onze leus
Roemberuchte rolders blijven wij tot in de dood
De schrik van de kaloot.

 

Glorie, glorie, alleluja
Brusselse studenten van de “Klauwaert ende Geus”
Glorie, glorie, alleluja
Getrouw aan onze leus.

 

Hij die ‘t licht niet kan verdragen der “Geen Taalse zon”
Hij weze een kaloot of een bekrompen franskiljon
Moet maar zien dat hij in onze weg niet komt te staan
Of ‘t zal hem slecht vergaan.

 

Fiere dragers van de fakkels van de VUB
Dragen w’in de wereld en doorheen heel Vlaanderen mee
Onze wil tot leven vrij van dwang en levensblij
“Geen Talers” blijven wij.